Posts tonen met het label Kosi Bay. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kosi Bay. Alle posts tonen

18-06-2010

Zondag: naar Kosi Bay

 
We vertrokken om 8 uur, want we moesten een flinke afstand afleggen. Bij Mbabane namen we de snelweg naar Manzini, Siphofaneni en Big Bend. Hemelsbreed is tot Kosi Bay dan niet ver, want het ligt ongeveer op dezelfde hoogte. Alleen, er is geen weg om even door te steken. Dus blijft er niets anders over dan eerst naar het zuiden te rijden naar de grensovergang bij Golela.


 Onderweg van Manzini naar Golela. Golfplaatnering: kapper en telefoon.
Vooral vanaf Big Bend naar de grens een vrij eentonige weg.

11.15 uur - Golela: heerlijke chaos hier, dus we moesten wel even een poosje in de rij staan voor we aan de beurt waren voor de douane. Het was nu al flink warm, maar het lijkt me niet prettig als het echt zomer is! Formaliteiten en gestempel, maar toen konden we weer verder naar het zuiden. Pas bij Hluhluwe verlieten we de N2 om naar het noorden te kunnen rijden. Vlak land, koeien op de weg en bij bewoonde gedeelten ook veel mensen.


Tja, je màg hier dus 100. Maar zoals overal, behalve op de tolwegen: of het nu vanwege de potholes òf de koeien, geiten en mensen op of langs de weg, òf moeilijk vooruitkomende auto's òf plotseling stoppende taxibusjes is òf een combinatie van deze: je moet voortdurend op je hoede zijn en je snelheid aanpassen aan de omstandigheden.
Wij reden rustig en lagen ruim op schema om op tijd in Kosi Bay aan te komen. Om 16.00 uur zouden we daar nl. opgehaald worden bij het Total station, omdat een 4x4 nodig is om bij het kamp te komen. Toen we een uur te vroeg ter plekke waren, gaf ons dat de gelegenheid om met een ijsje en een fototoestel op ons gemak op een muurtje gezeten het plaatselijke dorpsleven te aanschouwen. Het is een rommelig plaatsje, we hebben nergens zoveel troep en zwerfvuil aangetroffen als hier, maar er heerst wel een heel gemoedelijk en vrolijk sfeertje. Later zou G., een van de rangers, zeggen dat de Tonga, die in deze streek leven, zich niet alleen onderscheiden van sommige andere bevolkingsgroepen door hun rijzige postuur (en dunne benen en billen!), maar eveneens door hun vriendelijkheid. Of ze het nu goed of slecht hebben, ze blijven vrolijk en optimistisch en zijn vrij van jalouzie. G. is zelf een Tonga.



                              Duidelijke taal onder het groene doek: No credit!

                                                                                    
Nadat V. van Kosi Forest Lodge ons had geholpen onze auto veilig te parkeren (achter slot en grendel bij een supermarkt), gingen we op weg naar de lodge. Zelfs voor de 4x4 was het laveren tussen de kapotgereden asfaltlaag bij het uitrijden van het dorp. Deze "verharde" weg ging al snel over in het zand dat het hoofdbestanddeel van de bodem hier vormt.  In het kamp werden we hartelijk ontvangen met een koel drankje door I., een van de stafleden.                                                                                        Het zag er geweldig uit en we voelden ons meteen thuis.  
Een gevoel dat nog versterkt werd, toen we bij onze tent kwamen. 

 
                                        rechts de bar, links de loungeruimte.









Er was nog wat tijd over om te ontspannen voor het borreltijd zou zijn. Bij een lekker koel Afrikaans biertje en heerlijke borrelhapjes maakten we kennis met een Frans stel uit Angola met hun twee kleine kindertjes en later met nog enkele andere gasten.
Ook hier waren maar een aantal verblijven bezet. Het was echter prettig rustig en deed aan de gezelligheid niets af. We hebben in de boma bij krekelgetsjirp, kampvuur en olielampen heerlijk en romantisch gedineerd.

17-06-2010

Maandag 10 mei: boottocht over twee meren Kosi Bay

Evenals in Foresters Arms werden we hier rond 8 uur gewekt met een kopje thee, dat op het terras werd klaar gezet. Het lijkt allemaal eenvoudig: zo'n tenthut, waar je 's avonds het licht moet hebben van parafine lampen (inmiddels hier in Kosi wel beperkte stroom voor enkele ledlampjes plus de mogelijkheid om je accu's op te laden) en fakkels buiten, midden in de bossen gelegen, maar het is allemaal uitstekend verzorgd en pure verwennerij! Na het ontbijt maakten we kennis met G., die ons voor een boottocht op de meren zou meenemen. Omdat de overige gasten andere activiteiten zouden ondernemen, hadden we G. en de boot de hele dag voor ons alleen. Dat is toch luxe.


Door het landschap van duinen en vlakten,
begroeid met grassen en hier en daar wat bomen reden we tot aan een bosrand.
Vandaar ging het te voet verder, terwijl G. van alles over de omgeving, de bomen en dieren vertelde, eerst door een stuk bos,

weer afgewisseld met een grasvlakte en toen, tot onze verrassing, liepen we ineens in de wetlands en in wat G. de "natte bossen" (wet forests) of moerasbossen noemde. 

Nu was de bodem vrij droog tot vochtig, maar voor nattere tijden was er een pad gemaakt van palmschors. Door de natte bodem groeien de raffiapalmen zo hoog en dankzij deze bomen is dit het leefgebied van de "palmnut vulture". Deze gier leeft in tegenstelling tot soortgenoten niet van vlees, maar voornamelijk van de vruchten van de palmboom. Veel vogelaars komen dan ook speciaal voor deze gier en Pell's fishing owl.



Na een kwartiertje of zo lopen, waarbij G. ons allerlei nijlpaardenpaden aanwees, bereikten we de boot en we waren nog maar nauwelijks op weg of we ontmoetten de eerste nijlpaarden in levende lijve; toch een andere ervaring zo op het water dan vanaf de wal, zoals in het Krugerpark. 


We maakten deze dag kennis met twee van de vier meren, die hier, gescheiden door beboste duinen, achter de oceaan liggen. Lake 1, 2, 3 en 4, zoals G. ze consequent noemde, zijn achtereenvolgens met elkaar verbonden door natuurlijke kanalen, waardoor de getijden van het eerste tot in het derde meer doorwerken, zodat het derde meer nog wat zout bevat. Het vierde wordt gevoed door vers zoet water. Het is een uniek ecosysteem, dat deel uitmaakt van het beschermd werelderfgoed gebied Isimangaliso Wetland Park.
De boottocht begon op Lake 3, het grootste meer.
Het was enigszins bewolkt weer, maar daardoor was het niet zo schitterend licht en dat vonden we wel prettig. Prima temperatuur en lekker windje. We zagen al snel visarenden in de bomen
















en op het meer twee verschillende soorten aalscholvers: de zwarte Cape Cormorant en de White breasted cormorant:


                                                                                                 
 doorgang naar het 2e meer

aan het eind van het kanaal en het 2e meer veel visfuiken.
Uitkijkpunt voor Little heron, reigertje.
                                                                                                 Goliath (vanwege z'n grootte) reiger

  In de kanalen en meren zijn op vele plaatsen fuiken te vinden, die nog op de traditionele wijze worden gemaakt. Al naar gelang de mankracht zijn er ongeveer 3 weken voor nodig om de fuiken te prepareren en te plaatsen; na ongeveer 6 maanden zijn ze zodanig aangetast door het zoute water dat ze niet meer bruikbaar zijn. De fuiken staan in de richting van het 3e meer. De vis komt vanuit zee door het eerste meer om op te zwemmen naar het 4e zoetwater-meer om daar kuit te schieten en hun eitjes af te zetten.  Het vierde meer is dan ook beschermd: vissen en motorboten verboden.

Een traditionele visser, die zijn fuiken komt controleren, vanuit de heup gefotografeerd: onscherp maar voor de herinnering. Deze mensen willen tegenwoordig niet meer gefotografeerd worden, omdat de foto's commercieel (internet) worden gebruikt zonder dat ze er zelf ooit een cent voor krijgen. Dat hebben we verder gerespecteerd, ze hebben gelijk.


terug naar het meer 3
                                                                                          


pied kingfisher, een veel geziene ijsvogel     
                                                                                                                                 en al weer :

Uiteindelijk stuurde G. op de kant aan en gingen we aan wal met de picknickspullen. Het was hier een waar vogelfestijn, een lust voor oog en oor, maar wel zo warm dat we besloten naar het strand te lopen. Op een aardige camping, die hier in het bos lag, konden we van het toilet gebruik maken. In het duin voor het strand vonden we een heerlijk schaduwplekje en daar spreidde G. op een groot laken zijn koelboxgeheimen uit. Kip en koele pastasalade, kazen, brood, fruit en andere heerlijkheden, meer dan we op konden.
Daarna waren we een uurtje vrij om van het strand en de prachtige oceaan te genieten.
Alsof we de enigen waren.







Na deze rustpauze nam G. ons nog mee door het kanaal naar Meer 4, maar daar mag je met een motorboot niet komen, dus vandaar nam de terugtocht een aanvang.

.

We zijn daar dan in zoet water: waterlelies. Dit is een paarse, er zijn ook witte en blauwe.


De boot opruimen, door het palmbos terug: we hadden een geweldige dag gehad en veel geleerd over het merensysteem.